Kerstnachtpreek Pastoor Jellema

Overweging kerstnacht 2020

Vanavond ben ik namens u allemaal door het donker naar hier gekomen, omdat ergens het gevoel leeft: Hier wordt het licht, hier wordt de ban van het donker en de dood gebroken. Dat gebeurt niet door een groots  meeslepende of gewelddadig ingrijpen, de geboorte van een kind maakt alles anders. Niet zomaar een kind, maar de Zoon van God, onder ons geboren als een mensenkind, daardoor werd alles nieuw.

En daarom ook zijn we die geboorte soms wel erg gaan idealiseren en romantiseren. Natuurlijk staat ook in onze kerk een kerststal, compleet met os en ezel, herders en koningen, engelen en zeker met Jozef en Maria. Mooi te midden van groen. En zo is het ook bij, ik denk, de meesten van U thuis. Een boom en een stalletje, veel kaarsen en wat groen. De stalfiguren in diverse uitvoeringen, soms in steen of hout of plastic, gemaakt door kunstenaars, kinderen  of in massaproductie vervaardigd. Het maakt niet uit hoe, het herinnert aan de stal van Bethlehem, aan die geboorte toen, nu zo’n 2000 jaar geleden.

Daarom heb ik voor deze avond, die zo anders loopt dat we hadden gehoopt, een afbeelding van de geboorte meegebracht. Een afbeelding die mij persoonlijk veel zegt, en die op deze avond een goede reisgezel kan zijn om aandacht te besteden aan de mensen die daar aanwezig zijn, als de Verlosser wordt geboren…

Het mooie in mijn ogen van deze schildering van Duccio, is dat het de oude icoontraditie nog volgt, waarin een hele afbeelding in schema vastligt en zelfs de gezichten op een bepaalde manier weergegeven moeten worden. Maar Duccio laat zien een moderne kunstenaar te zijn door een aantal eigen elementen toe te voegen… Het schema van afbeelding is traditioneel, nieuw is de expressie van de gezichten. Dat zijn geen iconen meer, maar mensen met emotie… en die schildering nodigt ons uit om na te denken over wat we vieren in deze heilige Nacht. Niet alleen als een les geloofsleer, maar ook als een uitnodiging om mee te leven met de mensen die we daar tegenkomen. Hun gevoelens herkennen en tot de onze te maken….

Het donker dat we om ons heen voelen in deze dreigende tijd, is te zien in de geboortegrot. Daar is het duister en doods. Maar midden in dat donker is een helder lichtende gestalte, het pasgeboren Christuskind, helemaal in wit ingewikkeld en liggend in een kribbe… Nou ja, kribbe, het lijkt veel meer op een graf, waar het pasgeboren kind in is gelegd. Niet omdat de kunstenaar niet beter kon, maar om ons nog een keer uit te leggen: Het is werkelijk de Zoon van God die ons leven wil delen. Niet omdat hij nieuwsgierig is naar het menselijk bestaan, maar als bewijs van zijn liefde, zijn betrokkenheid, zijn medeleven. Vooral ook van zijn wil om uiteindelijk de mens te bevrijden van de ban van de dood. Dat zal de missie worden van dit kind. Daarom wordt de pasgeborene in die sarcofaag-kribbe afgebeeld, hij zal donker en dood voor ons overwinnen.

Het is aan ons om dat te herkennen. Daarom wordt hij omringd door de os en de ezel. Die twee dieren liggen daar niet omdat het zo gezellig was daar in de stal. Al zou je kunnen beweren dat het fijn was dat ze er waren. De dieren met hun eigen warmte en ademhaling maakten de stal net minder koud en een prettiger plek, maar daarom zijn ze er niet….De oude kerkvader Augustinus herkent in de os het symbool voor het Joodse volk dat gebonden is door de wet en in de ezel als symbool voor de niet-joodse volkeren, de heidenen, zoals onder andere Jesaia er over spreekt. Hij heeft het over de os en de ezel die de kribbe/voerbak van hun meester herkennen en combineert dat met de oproep aan alle volkeren van de wereld om hetzelfde te doen… Herkennen dat bij deze geboorte er zoveel meer aan de hand is dan het wonder van een nieuw mensenkind dat de wereld mag binnenkomen. Gods aanwezigheid zelf om ons leven te delen, maar wel een aanwezigheid die om ons antwoord vraagt…

Maria is de eerste die over dit wonder zit na te denken, alle haar aandacht is gericht op haar kind, in stille aanbidding, in contemplatie. Ze draagt het roodbruine kleed van de aarde, ze is mens zoals wij, maar is vol van Gods plan met de wereld, ze is bekleed met het blauw van de hemel, ze heeft haar Ja-woord naar God uitgesproken en volgt zijn plan…. Bij dat alles heeft ze dat moederlijke gezicht, die liefdevolle blik die we herkennen…die blik waar ouders hun kinderen mee in het oog houden, die geliefden voor elkaar hebben, een blik van verstandhouding en van vriendschap, een blik van begrip en aanwezigheid. Die blik naar elkaar hebben we zo nodig, juist in een tijd waarin aanraking niet kan en afstand bewaard moet blijven, kan een blik zoveel warmte uitstralen en je begrepen weten… dat geldt voor ons onderling en dat is goed om ons te realiseren… maar het is ook Gods blik naar ons, de blik van het kind in de kribbe naar ons toe: open, zonder voorbehoud of argwaan kijkt hij ons allemaal liefdevol aan. Met een blik die omarmen wil, van zijn nabijheid ons verzekeren wil.

Wij worden uitgedaagd om dat te zien en te voelen. Wij worden net als de herders gevraagd om op de boodschap van kerstmis in te gaan. Of ons dat nu wordt verteld door een schaar aan hemelse Engelen die toezingen en verkondigen over de geboorte…. of dat we het maar moeten doen met de woorden van het Evangelie van vandaag waar die gebeurtenis van ruim 2000 jaar geleden in doorklinkt… “Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap, die bestemd is voor heel het volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David.

En dit zal voor u een teken zijn: gij zult het pasgeboren kind vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.” En “Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.”

We hoeven dus niet bang te zijn, te vrezen…. er is een boodschap vol blijheid voor ons.. maar we moeten wel proberen om te herkennen wie dat kind in de kribbe is….. De herders zijn op weg gegaan om te zien en als gelovigen zijn ze weer teruggekeerd, voorgoed veranderd door de ontmoeting met deze Zoon van God, die daar in alle nederigheid ons bestaan aanvaardde… Wat doen wij daarmee? Zien we ook in de nederigheid een teken van God? Proberen we zelf ook die nederigheid te beoefenen, of zijn we alleen gericht op ons eigen gelijk, op onze eigen behoeften en wensen, of zien we ook de nood van de anderen, vooral ook wat God van ons vraagt om mee te werken aan zijn schepping??? Corona heeft ons veel afgenomen en heeft veel gebracht aan zorgen. Wat me de laatste tijd meer en meer opvalt, is dat ik niet alleen positieve reacties zie, mensen die elkaar aandacht geven via telefoon of op andere manieren, mensen die zich onbaatzuchtig inzetten voor elkaar. Dat is prachtig. Maar daarnaast zovelen die het eigen IK niet opzij lijken te kunnen zetten, die telkens blijven streven naar wat IK wil, waar IK zin in heb, waar IK naar toe wil, in plaats van zich te voegen, te buigen voor dat grotere nut van het algemeen… Hoe staan wij daarin, worden we als de herders, gaan we naar het wonder op zoek en durven we ons te laten omvormen door de ontmoeting met de nederigheid Gods, het kind in de stal?

Tenslotte neem ik u nog even mee naar Sint Jozef. Hij is daar in alle rust aan de rand van de voorstelling. Op de oude iconen staat de profeet Jesaia bij hem om hem te vertellen en te bemoedigen. Te verkondigen: een Kind is ons geboren, een Zoon werd ons geschonken; Hem wordt de macht op de schouders gelegd en men noemt Hem: Wonderbare Raadsman, Goddelijke Held, Eeuwige Vader, Vredevorst. De woorden van de profeet, dat alles geeft Sint Jozef rust en vertrouwen, een houding die hem karakteriseert…

Van Paus Franciscus wordt verteld dat hij op zijn bureau een beeldje van de Heilige Jozef heeft staan, of beter gezegd heeft liggen. Een Jozef die weggelopen zou kunnen zijn uit een kerstvoorstelling…. Hij ligt in alle rust te slapen, met een knapzak vlak naast zich, duidelijk op reis, onderweg… en toch heeft hij de rust kunnen vinden. Er was genoeg geweest om hem alle slaap te roven. Zijn jonge gezin dat maar moeizaam een dak boven het hoofd heeft gevonden daar in die stal. Niet echt een plek om te bevallen van je eerstgeborene… en wat zal de uitwerking van die plek zijn op het kindje, blijft het gezond, gaat alles goed??? Even later andere zorgen, bezoek uit alle wereldstreken en bedreigend nieuws: De koning heeft het voorzien op de pasgeborene en wil het vermoorden. Opnieuw onderweg, op de vlucht… en dan toch de rust vinden, slapen kunnen… we kunnen ons afvragen waarom Jozef dat kan… het antwoord ligt in zijn rotsvast Godsvertrouwen. Hij die durfde ingaan op de droom waarin een engel hem verscheen en vroeg Maria en haar kind gerust bij zich op te nemen… hij heeft het gedaan, in vertrouwen zijn levensopdracht aanvaard… en mooier nog. Hij heeft begrepen dat er niets in de wereld kan gebeuren, zonder dat God zelf daar ook op betrokken is…. dat geeft Jozef een innerlijke rust en een stilte, een atmosfeer van gebed en vrede.

En hoe is dat bij onszelf… durven wij ook de stilte op te zoeken om God daar te ervaren… of zijn we bang voor stilte, voor lockdown, voor beperkte contacten omdat het ons met een onrustig innerlijk confronteerd en de ruimte om te vluchten ontneemt? Juist in de stilte, in de afzondering, voelt Jozef zich thuis en waagt hij het zich over te geven aan de rust en de stilte, om zo krachten op te doen, Gods geleid op al zijn wegen te ervaren. Durven ook wij zo vertrouwensvol met God om te gaan?

Een twintig eeuwen oud evangelie en een veertiende eeuwse schildering, toch vragen van deze tijd en naar ons, naar onze houding, onze levensinstelling en ons geloof…

Dat wij ons antwoord mogen geven en mogen ervaren wat het betekend te zeggen: Zalig Kerstfeest.

Amen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

nl_NLDutch